Minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is niet van plan de contacten van het ministerie met de alcohol- en tabakslobby openbaarheid te maken. Zo schrijft zij in antwoord op Kamervragen van Lea Bouwmeester (PvdA).
Tijdens eerder gestelde mondelinge vragen antwoordde de Minister op de vraag van Lea Bouwmeester 'kunt u eens inventariseren welke contacten er binnen het ministerie en met ambtenaren zijn?" het volgende:
'Ik zal daarover een lijst sturen. Ik zal die lijst aanvullen met andere organisaties met een ander standpunt, die ook bij mijn ministerie binnenkomen. Dat is juist goed; het is goed dat mijn ambtenaren met voorstanders en tegenstanders spreken en hun argumenten horen. Het is ook goed dat zij de tabaksindustrie in gesprekken op hun verantwoordelijkheid kunnen wijzen en verzoeken kunnen doen aan die industrie. Ik zal een lijst sturen over deze contacten.'
Aanleiding voor de vragen was de uitzending van ZEMBLA - 'Minister van tabak' waarin Ton van de Ham en Hans van Dijk de motieven van minister Schippers en de banden tussen rooklobby en politiek onderzoeken.
Antwoorden op Kamervragen van het Kamerlid Bouwmeester (PvdA) over de contacten met de alcohol- en tabakslobby .
(2012Z07638)
Vraag 1.
Herinnert u zich uw toezegging over openbaarheid van alle contacten van uw ministerie met de alcohol- en tabakslobby? Wanneer mag de Kamer het overzicht van alle contacten met de alcohol- en tabakslobby verwachten?
Antwoord 1.
De contacten van de tabakslobby heb ik gemeld in de beantwoording op Kamervragen van de leden Van Gerven en Leijten (beiden SP) van
1 december 2011. Hiermee heb ik invulling gegeven aan mijn toezegging om inzicht te geven in de contacten met de tabaksindustrie. Ik zie dit ook als invulling van het FCTC-verdrag.
Ik heb geen toezegging gedaan om inzicht te geven in de contacten met de alcoholindustrie, en ik vind het ook onwenselijk om dit te doen. Zoals ik eerder heb aangegeven, kunt u mij afrekenen op het resultaat van mijn beleid. Om dit beleid te ontwikkelen, is het noodzakelijk dat mijn ambtenaren contact hebben met alle partijen die een belang hebben. Alleen op deze manier is een goede afweging van alle relevante informatie mogelijk. Ik heb het volste vertrouwen in de professionaliteit en integriteit waarmee mijn ambtenaren zich in contacten met maatschappelijke partijen opstellen. Als ik bij uiteenlopende beleidsonderwerpen alle tussenstappen die worden gemaakt in de ontwikkeling van het beleid (telefoongesprekken, vergaderingen, briefwisselingen, emails, concept-notities enz.) aan de Tweede Kamer moet melden, wordt het functioneren van mijn ambtenaren en daarmee van mij als minister ernstig belemmerd.
Vraag 2.
Bent u het nog steeds eens met uw voorganger, minister Klink, dat de notulen van het overleg met directeuren uit de alcoholindustrie openbaar gemaakt moeten worden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2.
Mijn voorganger minister Klink heeft in het AO Alcoholbeleid d.d. 19 juni 2008 aangegeven dat de verslagen van het directeuren overleg alcohol via de Wob zijn opgevraagd en ook zijn verstrekt. Er is dus helemaal geen sprake van geheimzinnigheid. Deze situatie is niet gewijzigd. Dit directeurenoverleg bestaat overigens niet alleen uit vertegenwoordigers van de alcoholindustrie, maar ook van de retail, de horeca, de GGD, de gemeenten en het Trimbos-instituut.
Vraag 3.
Wanneer krijgt de Kamer de notulen van het onlangs gehouden overleg met directeuren uit de alcoholindustrie?
Antwoord 3.
Van het onlangs gehouden overleg is geen verslag gemaakt. Dit betrof een strategische sessie. De uitkomsten hiervan worden meegenomen in een werkplan dat ook de Tweede Kamer wordt toegestuurd.
Vraag 4.
Wat is de status van het overleg met directeuren uit de alcoholindustrie?
Antwoord 4.
Het overleg met de partijen zoals in het antwoord op vraag 2 is aangegeven, is een informeel overleg.












