Nog altijd wordt er geen onderzoek gedaan naar de gezondheidsrisico’s van gewasbeschermingsmiddelen op omwonenden van landbouwgebieden.
Geen onderzoek
Aanvankelijk weigerde Staatssecretaris Bleker van EL&I na de ZEMBLA uitzending ‘Gif in de bollenstreek’ tijdens het wekelijkse vragenuurtje in de Tweede Kamer grootschalig onderzoek van schadelijke effecten van gewasbeschermingsmiddelen op omwonenden te laten doen. Hij achtte het niet noodzakelijk, wel zegde hij toe dat voortaan ook getoetst gaat worden op de eventuele effecten voor omwonenden.
Metingen
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden doet vooralsnog geen metingen en bepaald via een theoretisch rekenmodel of middelen binnen de normen blijven. Waterschappen doen die metingen wel en constateren dan regelmatig dat bepaalde middelen in te hoge concentraties voorkomen in het milieu.
Adviesaanvraag
Op aandringen van de Kamer vroegen Ministers Schippers van Volksgezondheid en staatssecretaris Atsma van Milieu uiteindelijk de Gezondheidsraad om een advies. In de ZEMBLA uitzending pleitte onder meer hoogleraar Martin van den Berg, de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Toxicologen, voor zo'n onderzoek. De Groningse kinderarts Sauer viel hem daarin bij.
Briefadvies Gezondheidsraad
In een briefadvies van de gezondheidsraad Gezondheidsrisico’s door gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw: het nut van onderzoek onder omwonenden stelt de commissie dat het wenselijk geacht wordt gezondheidsonderzoek te doen naar de risico’s voor omwonenden. In het advies schrijft de commissie: ‘De geraadpleegde commissie- en beraadsgroepsleden zijn unaniem van mening dat het noodzakelijk is om te beginnen met blootstellingsonderzoek. Om eventuele gezondheidseffecten bij omwonenden aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te kunnen relateren, is nadere kennis van de blootstelling onontbeerlijk. De huidige inzichten in de blootstellingsniveaus van omwonenden berusten grotendeels op modelberekeningen, die wellicht niet alle relevante blootstellingssituaties in
beschouwing nemen. Meetgegevens over de blootstelling van omwonenden aan gewasbeschermingsmiddelen zijn schaars.’
Hoge blootstelling schadelijk
Onlangs zei Martin van den Berg ook lid van de Gezondheidsraad in een artikel in NRC (16 juni 2012): "Bestrijdingsmiddelen zijn een risico voor jonggeborenen. Op de filmbeelden [ZEMBLA] zie je de sproeiapparatuur vlak langs huizen passeren, de sproeiarmen komen nog net niet in de tuintjes. Het kan haast niet anders dan dat kinderen daar iets binnenkrijgen. En die stoffen zijn bij hoge blootstelling schadelijk voor de hersenontwikkeling!"
Twee bollenseizoenen verder
“Een commissie van de Gezondheidsraad heeft toen een pre-advies aan de minister gegeven waarin staat dat er eigenlijk te weinig kennis is over in welke mate de direct omwonenden in contact komen met de stoffen. Alles staat of valt met de daadwerkelijke blootstelling. We zijn nu twee bollenseizoenen verder en de overheid heeft nog niets ondernomen. Als ernaar gevraagd wordt, verschuilt de overheid zich achter de Gezondheidsraad. Maar als we niets weten van de blootstelling, valt er weinig te concluderen. Ik denk dan: ga in godsnaam in de regio meten!"
Nederland ver boven de norm
Nederland behoort samen met België en Denemarken tot de landen in West-Europa met de hoogste concentraties ongewenste stoffen in de voeding. Uit data van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) over dioxines blijkt dat hier 1 tot 5 procent van de kinderen tussen 0 en 14 jaar boven de norm zit van de aanvaardbare dagelijkse inname. Voor pasgeborenen is dat zelfs 5 tot 10 procent. Ook de normen van bijvoorbeeld vlamvertragers en bestrijdingsmiddelen worden in West-Europa overschreden. "Dan zou je kunnen denken: het valt allemaal wel mee. Maar ik denk dat ik mij wel zorgen zou maken. In West-Europa gaat het om 1 tot 2 miljoen kinderen die over de norm heen gaan. Als je mij dan vraagt: zijn we er? Dan is het antwoord nee."
Het definitieve advies van de Gezondheidsraad wordt eind 2012 verwacht.
Bekijk ZEMBLA - 'Gif in de bollenstreek' van Ton van de Ham en Manon Blaas.
Bekijk ook het ZEMBLA dossier 'Bollenstreek













