Zembla woensdag om 21:15 uur op NPO 2

  • Adoptiedossiers vol met fouten en vervalsingen

  • Zembla_afl18_Adoptiebedrog_papieren

    RJS sluit illegale praktijken in de toekomst niet uit

    De dossiers van kinderen die in de jaren 80 vanuit Sri Lanka zijn geadopteerd, zijn vaak onvolledig en bevatten in veel gevallen valse identiteiten. Een ex-bestuurslid van het voormalige adoptiebureau Flash vertelt in ZEMBLA dat hij schat dat 70 procent van de adoptiedossiers niet in orde is. ZEMBLA beschikt over interne documenten waaruit blijkt dat Flash destijds zwijggeld heeft betaald aan een Srilankaanse moeder die haar kind terug wilde: “(..) Het aanbieden van 10.000 roepies zwijggeld, kon de moeder er niet toe brengen te kalmeren en het terugeisen van het kind te vergeten”.

    (ZEMBLA: ‘Adoptiebedrog’, woensdag 17 mei om 21.15 uur bij de VARA op NPO 2).

    Het voormalig bestuurslid van Flash, dat anoniem wil blijven,  schrijft in 2016 aan een adoptiekind: “Het komt voor dat de in de dossiers vermelde gegevens van de biologische ouders niet overeenstemmen met de werkelijkheid. Ook komt het helaas voor dat siblings (broers en zussen, red.) bij onderzoek geen siblings blijken te zijn.” In ZEMBLA komt ook het omgekeerde naar voren: adoptiekinderen ontdekken dat zij nog zussen blijken te hebben die ook geadopteerd zijn, maar waarvan ze het bestaan nooit hebben geweten.

    In de periode 1980-1990 zijn enkele duizenden kinderen vanuit Sri Lanka door Nederlandse ouderparen geadopteerd. De meeste adopties vanuit Sri Lanka kwamen in de jaren 80 tot stand via de voormalige Stichting Flash.

    ZEMBLA toont een paspoort van een destijds geadopteerd kind waarmee is gesjoemeld. Het  paspoort is handmatig van een totaal ander geboortejaar voorzien. In de adoptiepapieren van een ander kind staat dat zij enig kind is, terwijl zij nog een oudere zus én een tweelingzus blijkt te hebben.

    Het voormalig Flash-bestuurslid was zelf niet betrokken was bij de adopties in de jaren 80, maar stelt hij dat het adopteren van kinderen uit Sri Lanka in die tijd heel gemakkelijk ging. Dat wordt beaamd door Zef Hendriks, die destijds directeur was van het adoptiebureau Wereldkinderen. In ZEMBLA zegt hij: “Flash nam dat allemaal niet zo nauw en werkte meer in het verlengde van de belangen van de ouders.  Ze deden daardoor dingen die mijn wenkbrauwen deden fronsen: procedures die in twee of drie maanden uit en thuis geregeld werden, waarvan ik dacht: dat kan niet goed zijn.”

    Stichting Flash werd in 2010 opgeheven. Hendriks is kritisch over de handelswijze van de toenmalige Stichting Flash die tussenpersonen op Sri Lanka betaalde: “Waar het mij om gaat is, dat deze mensen betaald werden per kind. Dan heb je een eigenbelang en dat zit in je portemonnee, om zo snel mogelijk zoveel mogelijk kinderen door het lijntje te krijgen, want dan verdien je meer. Dat vind ik gewoon een perverse prikkel in het systeem. Dat moet je niet willen.”

    In een reactie op de bevindingen van ZEMBLA over de adopties uit Sri Lanka zegt woordvoerder Yrrah van der Kruit van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ): “Het risico op illegale praktijken zit in het systeem. Dus het risico dat er dingen misgaan, is er in de toekomst dan ook.”

    In oktober vorig jaar adviseert de RSJ aan staatssecretaris Dijkhoff van Veiligheid en Justitie te stoppen met interlandelijke adoptie. Dijkhoff heeft het advies van de RSJ niet overgenomen. Ook de adoptiebureaus verwerpen het advies. Volgende week, op 24 mei, houdt de Tweede Kamer een hoorzitting over het RSJ-advies.